"Alles in de publieke cloud, tenzij..." is de afgelopen jaren bijna een dogma geworden in de zorgsector. SaaS werd synoniem aan modern, schaalbaar en efficiënt. De publieke cloud heeft de zorg veel gebracht. Applicaties zijn sneller beschikbaar, beheer wordt eenvoudiger en organisaties kunnen gemakkelijker opschalen.
Toch roepen de recente ransomware-incidenten in de zorg een belangrijke vraag op: hoe afhankelijk mogen zorgorganisaties worden van één IT-platform? De discussie gaat daarbij niet over cloud versus on-premises, maar over digitale weerbaarheid, continuïteit en de mogelijkheid om uit te wijken wanneer systemen uitvallen.
Eén aanval kan een hele zorgketen raken
Recente ransomware-aanvallen laten zien dat leveranciers van elektronische patiëntendossiers, planningssystemen en laboratoriumkoppelingen diep zijn verweven met de dagelijkse zorg. Wordt een centrale leverancier of ketenpartner geraakt, dan kan de verstoring zich snel verspreiden:
- Patiëntportalen worden onbereikbaar;
- Koppelingen vallen weg;
- Medewerkers verliezen toegang tot informatie die zij nodig hebben om hun werk te doen.
Noodprocedures, handmatige registratie en papieren processen kunnen tijdelijk uitkomst bieden. Ze vervangen de digitale keten echter niet volledig. Daarom moet vooraf duidelijk zijn welke processen direct hersteld moeten worden, welke systemen van elkaar afhankelijk zijn en hoe lang een organisatie zonder ieder systeem kan werken.
Het probleem zit hem in concentratierisico, niet de cloud zelf
Publieke cloud en SaaS bieden veel voordelen. Applicaties zijn snel beschikbaar, capaciteit kan meebewegen en beheer kan eenvoudiger worden. Het risico ontstaat wanneer kritieke processen volledig steunen op één (publieke) leverancier of één technische route, zonder getest alternatief.
Een storing bij een platform, datacenter, netwerkverbinding of stroomvoorziening kan dan meerdere processen tegelijk raken. De architectuur moet daarom niet alleen aantonen hoe systemen normaal functioneren, maar ook hoe de organisatie reageert als een onderdeel wegvalt.
Dat vraagt om vier concrete antwoorden:
- Welke zorgprocessen mogen niet of nauwelijks stilvallen?
- Van welke applicaties, leveranciers, datacenters en verbindingen zijn die processen afhankelijk?
- Welke fallback is beschikbaar als een platform, locatie of verbinding uitvalt?
- Hoe wordt data hersteld en wie mag tijdens een incident beslissingen nemen?
"Ik zie dat ‘alles in de public cloud’ niet alleen schaal en efficiëntie brengt, maar ook nieuwe afhankelijkheden creëert. De onderliggende infrastructuur, zoals connectiviteit, datacenters, redundantie en fallback-mechanismen, bepaalt uiteindelijk of zorg veilig kan doorgaan als het misgaat. Daarom: public cloud waar het kan, robuuste en onafhankelijke infrastructuur waar het moet. De echte vraag is niet óf je cloud gebruikt, maar hoe je ervoor zorgt dat cruciale processen kunnen blijven functioneren wanneer één platform of leverancier uitvalt." - Abdelhati Dada, Accountmanager Zorg Eurofiber
Ontwerp voor herstel
Geen enkele infrastructuur is volledig vrij van verstoringen. Een bruikbaar continuïteitsplan begint daarom bij herstel. Niet bij de aanname dat uitval kan worden uitgesloten.
Breng per kritisch proces de afhankelijkheden in kaart. Leg vast welke hersteltijd nodig is, waar een actuele en bruikbare kopie van de data staat en via welke alternatieve verbinding of omgeving de organisatie verder kan. Test dat scenario vervolgens in de praktijk. Een draaiboek dat nooit onder realistische omstandigheden is beproefd, geeft weinig zekerheid op het moment dat de druk hoog is.
Weerbaarheid vraagt ook om heldere verantwoordelijkheden. IT kan een uitwijkomgeving bouwen en een herstelscenario testen. De organisatie moet bepalen hoeveel uitval acceptabel is voordat patiëntenzorg in het geding komt. Dat is een bedrijfsbeslissing, geen keuze van IT alleen.
Public cloud waar het past, onafhankelijke infrastructuur waar het nodig is
Een cloud-first beleid hoeft niet te betekenen dat iedere applicatie naar dezelfde publieke cloud verhuist. Voor schaalbare of minder gevoelige workloads kan publieke cloud een goede keuze zijn. Voor workloads met strenge eisen aan continuïteit, soevereiniteit of voorspelbare prestaties kan een private of geïsoleerde omgeving beter passen.
De onderliggende infrastructuur blijft in beide gevallen bepalend. Connectiviteit, datacenters, redundantie en fallback bepalen of medewerkers en systemen bereikbaar blijven. Een hybride cloudomgeving werkt pas goed als de verbindingen tussen locaties en platformen veilig, voorspelbaar en redundant zijn ingericht.
Ook de businesscase verdient een beoordeling per workload. Cloud kan efficiëntie en schaalvoordelen bieden, maar is niet automatisch goedkoper. Dataverbruik, benodigde capaciteit, beschikbaarheid buiten kantooruren, beheer en herstelvoorzieningen beïnvloeden de totale kosten. Voor een zorgorganisatie die continu draait, hoort die volledige gebruikssituatie in de afweging thuis.
Zes keuzes voor een weerbare zorgarchitectuur
Classificeer applicaties en data op impact, gevoeligheid en beschikbaarheidseisen.
Voorkom dat kritieke processen volledig afhankelijk zijn van één leverancier, platform of verbinding.
Leg per workload vast hoe data, applicaties en toegang worden hersteld.
Richt redundante connectiviteit en uitwijklocaties in waar de risicoanalyse dat vereist.
Maak exit- en migratiescenario’s onderdeel van contracten en architectuurkeuzes.
Test failover, herstel en noodprocessen periodiek onder realistische omstandigheden.
Wie bepaalt waar een workload draait?
De keuze voor publieke cloud, private cloud, colocatie of een lokale omgeving hoort niet alleen bij IT te liggen. Architecten en beheerteams kunnen de technische gevolgen beoordelen, maar de organisatie bepaalt welke risico’s acceptabel zijn. Daarbij horen de proceseigenaar, security, privacy, inkoop en bestuur aan tafel.
Een praktische besluitvorming begint met een beperkt aantal vragen:
- Welke zorg valt stil bij uitval?
- Welke data mag waar worden verwerkt of opgeslagen?
- Welke leverancier kan welke garantie aantoonbaar waarmaken?
- Hoe snel kan de organisatie herstellen of migreren? En is dat scenario al getest?
De toekomst van zorg-IT is hybride
Voor zorgorganisaties is een hybride aanpak vaak logischer dan één standaardomgeving voor alle workloads. De eisen aan een patiëntportaal, een analyseomgeving, kantoorautomatisering en een bedrijfskritische zorgapplicatie verschillen. Ook de gevoeligheid van data, de benodigde beschikbaarheid en de mogelijkheid om systemen te verplaatsen zijn niet overal gelijk.
Classificeer workloads daarom op basis van risico en gebruik. Kijk onder meer naar beschikbaarheid, prestaties, compliance, dataresidentie, integratiemogelijkheden, kosten bij continu gebruik en de haalbaarheid van migratie of herstel. Op basis daarvan wordt zichtbaar welke omgeving per workload past.
Een hybride architectuur kan publieke cloud, private cloud, colocatie en eigen infrastructuur combineren. De waarde zit niet in de hoeveelheid technologie, maar in de keuzevrijheid. Een zorgorganisatie moet een workload kunnen plaatsen waar die het beste functioneert en moet kunnen uitwijken wanneer de situatie daarom vraagt.
"Weerbaarheid tegen invloeden van buiten bouw je op meerdere niveaus. In mijn klantgesprekken kijk ik altijd naar de volledige keten, ook voorbij onze Eurofiber-diensten. Niet alleen technisch, maar juist ook naar processen, beheer en herstelvermogen. Elke keten heeft een zwakke schakel, maar met inzicht en voorspelbaarheid houd je de regie." Rudi de Visser, Solution Architect Eurofiber
