Een storing in een datacenter is geen ver-van-bed scenario meer. Brand, stroomuitval, een hardwarefout, een verbinding die wegvalt: het gebeurt, en als het gebeurt, telt elke minuut. Veel organisaties denken dat ze hierop voorbereid zijn omdat ze een back-up hebben. Maar een back-up en een redundante infrastructuur zijn twee verschillende dingen, met heel verschillende gevolgen als het misgaat.
Een back-up is nog geen continuïteit
Bij een back-up staat je data op een tweede locatie. Dat is goed nieuws: je raakt niets kwijt. Maar je systemen liggen alsnog stil totdat die back-up is teruggezet, en afhankelijk van de hoeveelheid data kan dat variëren van enkele minuten tot meerdere uren. De impact daarvan verschilt per sector:
- Webshop: omzetverlies
- Zorginstelling: mensenlevens kunnen op het spel staan
- Financiële dienstverlener: reputatieschade en compliance-issues
Het verschil tussen "we hebben onze data nog" en "onze systemen draaien gewoon door" is precies waar redundantie om draait.
High availability: storing-proof draaien op twee locaties tegelijk
Bij high availability draait je infrastructuur gelijktijdig op twee locaties. Valt er een uit, dan merkt de eindgebruiker daar in principe niets van: het verkeer wordt automatisch overgenomen. Dit kost meer en vereist een specifieke architectuur, maar voor organisaties waarbij downtime direct geld, vertrouwen of veiligheid kost, betaalt die investering zich snel terug.
Twee manieren om high availability in te richten:
Bij active/active verwerken beide datacenters tegelijk verkeer. Valt er één uit, wordt het verkeer direct omgeleid zonder merkbare onderbreking. Dit is wat Eurofiber het Twin-Datacenter concept noemt: 2 datacenters die als 1 virtuele omgeving draaien.
Hoeveel vertraging is acceptabel?
De kwaliteit van een redundante opstelling wordt grotendeels bepaald door hoe data tussen de locaties wordt gesynchroniseerd:
- Asynchrone replicatie: er zit een kleine vertraging tussen wat beide locaties weten. Bij een plotselinge uitval ben je de laatste seconden of minuten aan transacties kwijt.
- Synchrone replicatie (via een dedicated glasvezelverbinding): data wordt direct op beide locaties weggeschreven. Dat resulteert in een RPO van 0: geen enkel dataverlies, ook niet bij volledige uitval van één locatie.
Geografische spreiding = spreiding van risico's
Twee datacenters die te dicht bij elkaar staan, bieden geen echte spreiding. Regionale verstoringen zoals stroomstoringen, netwerkstoringen of extreme weersomstandigheden kunnen beide locaties tegelijk treffen. De bescherming is dan slechts schijn.
Maar er zit ook een keerzijde aan grote afstand. Hoe verder twee datacenters uit elkaar liggen, hoe hoger de latency op de verbinding tussen beide. En synchrone replicatie is daar gevoelig voor: bij te veel vertraging loopt de replicatie achter of haalt de beveiliging het gewenste niveau niet.
De uitdaging is dus het vinden van de juiste balans: ver genoeg uit elkaar om risico's echt te spreiden, maar dicht genoeg bij elkaar om synchrone replicatie zonder merkbare latency te garanderen.
Wat is de beste optie voor jou? 3 factoren om te overwegen
De kernvraag is hoeveel dataverlies kun je accepteren bij uitval, en hoe snel moet je weer volledig operationeel zijn?
- Uren downtime en beperkt dataverlies acceptabel: een traditionele back-upstrategie volstaat.
- Snel herstel belangrijk, minimaal dataverlies acceptabel: active/passive met asynchrone replicatie.
- Vrijwel geen downtime en geen dataverlies acceptabel: active/active Twin-Datacenter met synchrone replicatie.
Tips om je voor te bereiden op (datacenter) uitval
Check geografische scheiding: twee datacenters naast elkaar is geen risico spreiding bij stroomuitval of brand
Test je failover daadwerkelijk: een ongetest systeem werkt bij een echte uitval vaak anders dan verwacht.
Kijk naar de hele keten: stroom, koeling, netwerk en DNS moeten allemaal redundant zijn.
Houd rekening met monitoring en alerting, zodat je weet wanneer een failover plaatsvindt
Denk aan de menselijke kant: zorg dat verantwoordelijkheden tijdens een incident helder zijn
Acht datacenters, altijd dichtbij
Eurofiber heeft acht datacenters verspreid over Nederland. Dicht genoeg bij elkaar voor synchrone replicatie, ver genoeg uit elkaar om (fysieke) risico's zoals stroomuitval en brand te spreiden. Zo blijf je operationeel, ook als er iets misgaat.
Wil je weten hoe een Twin-Datacenter strategie eruitziet voor jouw organisatie?
Neem contact op met onze cloud-infra specialisten.
